U bent hier: over wormerland » dorpskernen » wormer
Wormer
Naam en bijnamen van de bewoners
Wapen
Omvang en oppervlakte
Bevolking
Kerkelijke gezindheid
Politieke gezindheid
Burgemeesters
Wormer was een zelfstandige gemeente behorend bij de Zaanstreek. In de jaren '70 is met succes samenvoeging met de gemeente Zaanstad tegengehouden. In 1991 is door samenvoeging met de gemeenten Jisp , Wijdewormer en Wormer waartoe het buurtschap Oostknollendam behoorde de gemeente Wormerland ontstaan. Wormerland heeft zowel een landelijk als een industrieel karakter.
Over de ouderdom van Wormer bestaat geen zekerheid. Er is wel enige strijd over geweest. Van een zogenaamde 'blaffert', een goederenlijst van de oude kerk van Utrecht, zijn enkele kopieën bewaard gebleven uit resp. 1075 (de 'Egmondse Codex', die zich in het British Museum in Londen bevindt) en omstreeks 1170 (het 'Liber Donationum', nog in Utrecht). Beide lijsten zijn gekopieerd van een oorspronkelijk tussen 777 en 866 geschreven stuk. In dit waarschijnlijk 9e-eeuwse manuscript kwam de naam 'uueromeri' voor. De uitleg hiervan schiep verwarring. Sommigen verdedigden met vuur dat hiermee Wormer werd bedoeld, anderen meenden dat het om Overmere, in het Gooi, ging. De juistheid van deze opvattingen kon niet worden bewezen.
Er is geen bewijs dat Wormer al in de 9e eeuw bestond, maar met zekerheid mag worden aangenomen dat er in de 11e eeuw wel bewoning was. In een goederenlijst van de Abdij van Egmond uit 1063 wordt 'Weremere' genoemd over de betaling van tienden. Deze bewoning zal zich aanvankelijk nabij het Oosteinde hebben geconcentreerd; daar zou later ook de dorpskern komen. Archeologische vondsten bevestigen dit. Vergeleken met het huidige Wormer heeft de meeste bebouwing vroeger misschien oostelijker gelegen. Het meer de Wijde Wormer (in 1626 drooggelegd) heeft veel land weggeslagen. Het is denkbaar dat 'het eerste Wormer', een vroeg-middeleeuwse vissersnederzetting daardoor in de golven is verdwenen. Hoe het ook zij, het dorp leefde in het begin van de binnenvisserij. Daaruit kan in de 15e eeuw haringvisserij zijn ontstaan.
Wormer was niet altijd zelfstandig. Tussen 1518 en 1611 hadden Jisp en Wormer een gemeenschappelijk bestuur. Jisp dat in de 16e eeuw groter en rijker werd, deed in 1611 een met succes bekroonde poging een zelfstandige banne te worden. Deze scheiding werd in 1729 nog eens bevestigd doordat Wormer toen voor ¦ 16.000,-- de ambachtsrechten kocht van de Staten van Holland en West-Friesland. Jisp deed hetzelfde voor zijn eigen gebied en betaalde ¦ 10.000,--. Het was wrang voor de inwoners van Wormer dat hun dorp, ondanks hun verzet, tenslotte toch deel ging uitmaken van de grotere bestuurlijke eenheid Wormerland. Het is aardig te memoreren dat de samenvoeging van Jisp, Wijdewormer en Wormer al vlak voor de Tweede Wereldoorlog is geopperd. Het uitbreken van deze oorlog verhinderde verdere uitwerking van deze plannen, vastgelegd in een rapport van de Commissie Ter Veen.
Naam en bijnamen van de bewoners
De naam, die in de loop der eeuwen veranderde van Weremere en Wermer, Wormare of Wormaer tot Wormer, is nooit bevestigd. De meest acceptabele uitleg is dat er een 'weer' (in de zin van 'dijk') tegen het meer de Wijde Wormer is geweest. Maar 'weer' is ook de benaming voor een waterloop, zodat de naam ook ontstaan kan zijn door de ligging daaraan. En tenslotte is ooit wel eens beweerd dat een visser met de naam Were of Wero de naamgever van het dorp geweest kan zijn. In de 17e eeuw is wel eens de aanduiding 'Beschuit-Wormer' gebruikt, dit ter onderscheiding van de toen drooggelegde Wijde en Enge Wormer.
De inwoners van het dorp werden vroeger 'boonpeulen', 'stienegooiers' en 'uilen' genoemd.
Wat de laatste naam betreft, de Wormers scholden de Jispers op hun beurt ook voor uilen uit, dit was dus wederkerig. Waaraan de bijnaam 'boonpeulen' is te danken, is niet bekend. Meer zekerheid is er over de scheldnaam 'stienegooiers' : inwoners van Wormer bekogelden de Wormerveerse brandweer met stenen, toen deze te hulp was geschoten bij een fabrieksbrand aan de Oostzijde van de Zaan, dus op Wormer's gebied.
Wapen
Het wapen van Wormer heeft nogal eens de pennen in beweging gebracht. De officiële omschrijving luidt: een hoofd van goud op een azuur(=blauw) veld. Voor dit 'verbonden hoofd', zoals het wapen in de volksmond heet, zijn verschillende verklaringen in omloop. Dit is mogelijk doordat een document over de verlening van het wapen ontbreekt. Misschien het meest geloofwaardig is een theorie die zich baseert op het oudst bekende dorpszegel, waarvan enkele afdrukken uit de 13e eeuw bewaard zijn gebleven in Amsterdam en Alkmaar.
Bestudering van deze afdrukken maakt het waarschijnlijk dat er een Christushoofd is afgebeeld. Het wapen zou dus een middeleeuwse verwijzing zijn naar het christelijk geloof . Hendrik Soeteboom was in 1658 een andere mening toegedaan. Hij stelde dat Wormer zijn wapen kreeg van graaf Floris V, door het heldhaftige verzet van de inwoners tegen de Westfriezen. Het afgebeelde hoofd zou het (afgehakte) hoofd van een Westfriese hoofdman zijn geweest, dat aan Floris was aangeboden.
In de archieven wordt nergens melding gemaakt van de verlening van een wapen door Floris V, zodat Soeteboom's uitleg twijfel verdient. Dat geldt in nog sterkere mate voor de theorie dat het hoofd van een Spaanse hopman is afgebeeld, in 1574 afgehouwen door Jan Gerritsz., een Wormer weesjongen, en vervolgens aangeboden aan Diederik van Sonoy. Niet alleen de verwijzing naar het 13e-eeuwse dorpszegel, maar ook het feit dat het Wormer wapen al tenminste enkele jaren voor Jan Gerritz's gruwelijke initiatief de afbeelding van een hoofd bevatte, maakt deze verklaring tot een fabel. In de loop der eeuwen is het omstreden hoofd meermalen van uiterlijk veranderd.
Omvang en oppervlakte
Wormer, nu dus deel uitmakend van Wormerland, grenst aan Zaanstad, de Wijde Wormer, Jisp, Purmerend, Akersloot en Uitgeest. De westgrens loopt (vrijwel) door het midden van de Zaan en de zuidgrens wordt gevormd door de ringdijk van de Wijde Wormer. Doordat deze zuidgrens eigenlijk een zuidwestelijke richting heeft, loopt het grondgebied van de gemeente naar het oosten 'taps' toe; hierdoor is er nauwelijks sprake van een oostgrens. In het noord-oosten loopt de grens grillig door de polder Wormer, Jisp en Nek, onder meer langs de Zuiderganssloot, het Zwet, het Melkpad, de Rijpervaart en de Noorderganssloot en dan dwars door de Knollendammervaart de Markerpolder in.
Een deel van deze laatste polder behoort dus tot Wormer. De totale oppervlakte van het dorp bedraagt 1688 hectare, waarvan 419 hectare water. Die oppervlakte is vrijwel constant gebleven, behalve tussen 1518 en 1611, toen het dorp met Jisp was samengevoegd. Grenswijzigingen zijn er niet geweest, al heeft Wormerveer aan het eind van de 19e eeuw en daarna vruchteloos gepoogd de oostelijke Zaanoever (waarop Wormerveerse fabrieken waren gevestigd) te annexeren. Volgens kadastrale gegevens van 1849 (geciteerd door Van der Aa) bedroeg de oppervlakte toen 1697 hectare.
Wormer bestaat uit het dorp Wormer en de buurtschap Oostknollendam, beide in de Polder Wormer, Jisp en Nek gelegen. Daarnaast behoren een eerder genoemd gedeelte van de Markerpolder, de Schaalsmeerpolder (drooggelegd in 1631) en de Enge Wormer (drooggelegd in 1634) tot de gemeente.
Bevolking
Aangezien dorp en banne van hun ontstaan af (nogmaals: met uitzondering van de periode 1518-1611) dezelfde omvang hadden, is het mogelijk van een groot aantal jaren de inwonersaantallen te geven. Daarbij blijkt dat het dorp een grote bloei (met een daaraan gepaard gaande bevolkingstoename) doormaakte in de 17e eeuw. Daarna volgde een teruglopend inwonertal tot 1815, waarna het dorp geleidelijk groeide naar 2000 inwoners aan het begin van de 20e eeuw. Na de Eerste Wereldoorlog begon een groei die versterkt na de Tweede Wereldoorlog doorzette. Hierdoor was bij de samenvoeging tot Wormerland (1991) een aantal van meer dan 11.000 inwoners bereikt.
Kerkelijke gezindheid
In kerkelijk opzicht had Wormer altijd een uitzonderingspositie binnen de Zaanstreek door een relatief grote groep katholieken, die in de loop der tijd toenam. De in de andere Zaanse dorpen belangrijke doopsgezinden hadden in Wormer weinig invloed. De opgaven van Nicolaas Struyck geven voor de periode rond 1742 het volgende beeld: van de door hem getelde 1661 inwoners waren er 1089 gereformeerd (=hervormd), 360 katholiek, 208 doopsgezind en 4 luthers. In 1809 woonden er 1263 inwoners in Wormer, waarvan er 189 gereformeerd, 347 katholiek, nog slechts 83 doopsgezind, 20 luthers en 15 joods waren. Van der Aa gaf in 1849 de volgende aantallen: ruim 870 hervormd, 320 katholiek, 100 doopsgezind, 10 luthers en 5 joods. Bij een telling in 1920 gaf 45% van de bevolking te kennen als hervormd lidmaat te zijn ingeschreven, 30% was katholiek, 7% doopsgezind en 12% onkerkelijk. Dit laatste percentage is sindsdien sterk gestegen. Doordat de 'verwereldlijking' aanvankelijk meer de groep hervormden dan de rooms-katholieken trof, nam het percentage katholieken in tegenstelling tot de andere geloofsrichtingen na de Tweede Wereldoorlog nauwelijks af. Het dorpse verenigingsleven droeg lang een katholiek stempel, terwijl respectievelijk RKSP en KVP in de gemeenteraad steeds sterk vertegenwoordigd waren.
Politieke gezindheid
De dorpspolitiek is, door het stemgedrag van de inwoners sinds de invoering van het algemeen kiesrecht door stabiliteit gekenmerkt. Sociaal democraten en katholieken bezetten sinds 1923 steeds de meeste zetels. Na de vorming van de 'Samenwerkende Christelijke groeperingen' (SCG) nam deze de positie van de eerdere RKSP/KVP over. De SCG in Wormer was een voorloper van het landelijke CDA: al vóór anti-revolutionairen, christelijk-historischen en rooms-katholieken in dit CDA samengingen, was in Wormer al overeenstemming bereikt over een gezamenlijke lijst. Daarmee won de SCG in 1974 vier van de vijftien raadszetels.
De katholieken en de socialisten waren stabiele factoren in de Wormer gemeenteraad. Ook de Communistische Partij Holland (CPH), later omgedoopt in Communistische Partij Nederland (CPN) heeft van 1923 af tot 1986 steeds minstens één zetel in de raad bezet. In laatstgenoemd jaar kwamen CPN, PPR en PSP met een gecombineerde lijst uit, waarmee 3 zetels werden behaald. Deze combinatie liep vooruit op de vorming van de partij Groen Links, die voor het eerst in 1989 aan Kamerverkiezingen deelnam.
De protestants-christelijke stroming was eveneens sinds 1923 constant in de Wormer raad vertegenwoordigd, aanvankelijk door de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk Historisch Unie (CHU), na de Tweede Wereldoorlog door de Protestants Christelijke Groepering (PCG) en sinds 1974 dus door SCG/CDA. De liberalen hadden lange tijd geen raadszetel, hoewel zij in 1927 nog drie van de toen elf zetels bezetten. Na de oorlog duurde het tot 1966 alvorens de VVD een raadszetel behaalde. De plaatselijke groepering Gemeentebelangen was geen blijvertje. Nadat in 1970 twee raadszetels waren verworven, zette deze partij zich in 1974 door onachtzaamheid buitenspel. De kandidatenlijst werd vijf minuten te laat ingeleverd en geweigerd. Gedeputeerde Staten, waarop een beroep werd gedaan om de partij alsnog toe te laten, moesten met de kieswet in de hand Gemeentebelangen uitsluiten.
Burgemeesters
Wormer heeft sinds de benoeming van François de Bas tot schout-burgemeester (in 1812) nog 12 andere burgemeesters gehad.
Slechts één van hen vertrok binnen een paar jaar, de anderen hadden een langere tot zeer lange ambtsperiode. De Bas was al van 1791 af notaris in het dorp geweest en secretaris van de banne. Hij bleef tot 1827 burgemeester, waarna notaris Hero Stant zijn taak overnam. Stant bleef een kwart eeuw burgemeester/gemeentesecretaris. Zijn opvolger, Adriaan Wildschut, moest zijn aandacht verdelen over Wormer, Jisp en Wijdewormer. Toen al! Bevredigend was dit gecombineerde burgemeesterschap blijkbaar niet, het duurde niet langer dan twee jaar (van 1852 tot 1854). Burgemeester Dirk van Egmond deed alleen de gemeente Wormer en bleef tot 1868. Daarna volgde echter een lange periode waarin Wormer, Jisp en Wijdewormer door één burgemeester bestuurd werden. Cornelis Wildschut vervulde deze functie niet minder dan 30 jaar, van 1868 tot 1898. Lourens Rempt, afkomstig uit Hoogwoud, was in 1895 tot secretaris van Wormer benoemd en volgde Wildschut drie jaar later op. Hij bleef tot 1910, om plaats te maken voor burgemeester Dirk Kooiman. Zijn zoon, Pieter Kooiman volgde hem in 1919 op voor een lange ambtsperiode. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog (in 1944 werd NSB-er P. de Vries benoemd) bleef Kooiman tot 1946 in functie.
Na de bevrijding nam burgemeester A Slager van Wormerveer voor korte tijd waar, tot de benoeming van A. Loggers in augustus 1946. Deze was aanvankelijk lid van de PvdA, maar brak met zijn partij uit onvrede over de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië (Indonesië). Loggers bleef tot 1975 partijloos burgemeester en werd toen opgevolgd door P.M.G.P. Janssens. Deze vertrok in 1982. De benoeming vaan C.A. Kerling-Simons betekende dat voor het eerst in de Zaanstreek een vrouwelijke burgemeester in functie kwam. Zij was lid van de PvdA. Mevrouw Kerling bleef dat tot de samenvoeging tot Wormerland in 1991. De eerste burgemeester van Wormerland werd J. Koppenaal in januari 1991. Voor zijn benoeming was hij waarnemend burgemeester van de Wijdewormer en Waterland. Hij was lid van de VVD. In maart 2000 is burgemeester P.C. Tange benoemd tot burgemeester van Wormerland. Hij is lid van de politieke partij Groen Links.
Burgemeesters op een rij:
1812-1827 François de Bas
1827-1852 Hero Stant
1852-1854 Adriaan Wildschut
1854-1868 Dirk van Egmond
1868-1898 Cornelis Wildschut
1898-1910 Lourens Rempt
1910-1919 Dirk Kooiman
1919-1946 Pieter Kooiman
1946-1975 A. Loggers
1975-1982 Pièrre M.G.P. Jansens
1982-1991 mw. Cock Kerling-Simons
1991-2000 Jan Koppenaal
2000-heden Peter C. Tange